Gemeente Voeren - Natuurlijk rustig!

OMD - Archeologische opgraving verkaveling Hoeneveldje

ARCHEOLOGISCHE OPGRAVING VERKAVELING HOENEVELDJE

(Bron tekst en afbeeldingen: Eindverslag archeologische opgraving aan het Hoeneveldje te 's-Gravenvoeren, Aron BV, 2017)


Bij archeologische opgravingen op de plaats van de huidige wijk Hoeneveldje werden bijzondere resten gevonden. Het gaat onder andere om een Gallo-Romeinse nederzetting en zelfs sporen van vroege landbouwers van 3.000 tot 5.000 jaar oud. De opgravingen gebeurden voordat de werken voor de huidige woonwijk met ongeveer 90 woningen begonnen. Verschillende vondsten zijn zeker het vermelden waard:

De Romeinse weg:

Tijdens de opgravingen werd een gedeeltelijk verharde weg gevonden. Deze liep van het noordwesten naar het zuidoosten en was ongeveer 3 tot 4 meter breed. De weg was verhard met een laag Maasgrind. Een deel van het tracé werd over een lengte van ongeveer 400 meter blootgelegd. Ook de grachten langs de weg werden teruggevonden. Waarschijnlijk liep deze weg naar het villadomein bij de Steenboskapel, ongeveer 1,5 kilometer verderop. Mogelijk sloot deze weg aan op de via Mansuerisca. Dat was een belangrijke noord-zuidverbinding in de regio die dwars door de Ardennen liep en vermoedelijk tot in Trier.

Waarschijnlijk raakte de weg na de Romeinse periode in onbruik. In Karolingische bronnen wordt de route nergens vermeld. Ook latere middeleeuwse bronnen maken er geen melding van. Mogelijk werden de resten van de afgebrande villa door de middeleeuwse bewoners gemeden. Daardoor verdwenen ook de bijhorende wegen langzaam.

De weg is vandaag op twee plaatsen nog zichtbaar als een laag kasseien in de bestrating.

Afbeelding 04 wegtracé Hoeneveldje

Afbeelding: Romeins wegtracé door de wijk Hoeneveldje

De nederzetting:

In de zuidoostelijke hoek van het terrein, naast de gevonden weg en vlak bij de huidige Heirweg, werden verschillende paalkuilen gevonden. Deze kunnen worden gezien als de resten van twee gebouwen. Binnen deze Gallo-Romeinse nederzetting stonden vermoedelijk 2 tot 5 boerderijen. De nederzetting op het Hoeneveldje kan worden beschouwd als een eerder kleine inheems-Romeinse nederzetting. Mogelijk was er ook buiten het onderzochte gebied nog meer bewoning. De bewoners kozen voor hun nederzettingen meestal de hoogste plaatsen op het plateau.

De woningen waren gebouwd met houten palen. De wanden waren mogelijk van leem en de daken van stro of riet. Het woongedeelte en de stal vormden samen één groot gebouw. Zo'n gebouw noemen we een woonstalhuis. Mogelijk had één van de woningen aan de kant van de weg een soort portiek. Het huis stond dan met de korte zijde naar de weg gericht. Aan die kant konden portieken, winkeltjes of werkplaatsen aanwezig zijn. Zo waren ze gemakkelijk bereikbaar vanaf de weg.

Ten noorden van de weg lag een omgracht erf. Daar werden verschillende sporen gevonden die wijzen op ambachtelijke activiteiten. Misschien was hier bijvoorbeeld een smid aan het werk. We bevinden ons immers langs een Romeinse weg waar veel paarden voorbijkwamen. In een kleine kuil van ongeveer 30 cm diep werden grote hoeveelheden metaalslakken en sterk aangetaste stukken metaal gevonden. Dit was waarschijnlijk afval van het bewerken of maken van metaal, zoals houtskool en metaalslakken. Daarnaast werden een armband van zwart glas met een gedraaide versiering en de resten van drie ijzeren messen gevonden.

Waarschijnlijk was de nederzetting minstens 100 tot 120 jaar onafgebroken bewoond. Daarna werd ze verlaten en kozen de bewoners mogelijk een andere, betere plaats om te wonen.

Afbeelding 05 artisanala activiteit

Afbeelding: locatie van het omgrachte erf en de artisanale activiteit

Het grafveld:

In onze streek waren er tijdens de Romeinse periode verschillende manieren om overledenen te begraven.

Het meest gebruikelijke was lange tijd crematie, waarbij het lichaam werd verbrand. Vanaf de 2de eeuw werd het steeds gebruikelijker om mensen te begraven zonder crematie. Bij het begraven speelden voedsel, drank en andere offers een belangrijke rol. Deze werden meegegeven aan de overledene of als offer aan de goden achtergelaten. Men geloofde dat dit de reis naar het hiernamaals aangenamer kon maken. Tijdens de opgraving werden bijvoorbeeld resten gevonden van recipiënten waarin oorspronkelijk voedsel had gezeten. Sommige potten waren op de brandstapel geplaatst en daardoor sterk vervormd. Waarschijnlijk waren ze bedoeld als offers aan de goden. Naast aardewerk en glas worden in Romeinse graven ook regelmatig munten en onderdelen van kleding gevonden. Door de verbranding zijn deze voorwerpen echter vaak sterk beschadigd en daardoor moeilijk herkenbaar.

In totaal werden 41 graven gevonden. Daarnaast waren er twee kleine grafcirkels, een grote kringgreppel en twee grote rechthoekige greppelstructuren. De graven waren zeer verschillend van grootte. Sommige waren ongeveer 2 meter lang en 1 meter breed, terwijl andere slechts 10 bij 10 centimeter groot waren. Veel graven waren slechts enkele centimeters diep bewaard gebleven. Mogelijk zijn een aantal graven en bijhorende structuren in de loop der tijd door het ploegen verdwenen.

Het grafveld werd vanaf de 1ste eeuw gebruikt. Het oudste graf bevatte aardewerk dat uit het eerste kwart van de 1ste eeuw dateert. Omdat aardewerk lange tijd in gebruik kon blijven, is het mogelijk dat de laatste begravingen pas in de tweede helft van de 2de eeuw plaatsvonden. Waarschijnlijk raakte het grafveld ergens in de tweede helft van de 2de eeuw volledig buiten gebruik. Dit gebeurde mogelijk op hetzelfde moment als het vertrek van de bewoners.

Afbeelding 06 grafgiften

Afbeelding: een voorbeeld van vondsten in één van de ontdekte graven

Epiloog: De gemeente denkt eraan om samen met POM Limburg en de eigen archeologische deskundige een permanent informatiebord op het terrein te plaatsen met interessante informatie over deze archeologische vondsten.