(Bron tekst en afbeeldingen: Eindverslag archeologische opgraving Weersterweg, ’s-Gravenvoeren, Aron BV, 2026)
In 2023 voerde Aron bv een archeologisch onderzoek uit op een terrein van 1,73 hectare tussen de Weersterweg en de Dalhemerweg in ’s-Gravenvoeren. Het onderzoek gebeurde omdat hier een KMO-zone werd ontwikkeld. Tijdens de opgraving werden ongeveer 200 sporen gevonden. Het ging vooral om kuilen en paalkuilen. Daarnaast werden ongeveer 600 fragmenten aardewerk, steenmateriaal en natuursteen gevonden.
De oudste vondsten dateren uit het vroeg-neolithicum, ongeveer 5250 tot 4900 v. Chr. Ze wijzen op de bandkeramische cultuur. Deze cultuur is bekend om het versierde aardewerk en de grote, rechthoekige boerderijen met rijen houten palen. Van deze boerderijen werden hier geen rechtstreekse resten gevonden. Er werden wel enkele scherven gevonden, waaronder een randfragment van een kommetje. Dit wijst erop dat het gebied mogelijk al in deze periode werd gebruikt.
Uit het midden- en laat-neolithicum, ongeveer 4300 tot 3000/2900 v. Chr., zijn mogelijk sporen van bewoning gevonden. Helemaal zeker is dat echter niet. Zo kan een bepaalde structuur, die mogelijk de fundering van een grote woning vormt, op basis van een gedetailleerde analyse in deze periode worden geplaatst. Er is echter geen volledige zekerheid. Bij andere structuren is de datering wel zekerder, maar gelijkaardige plattegronden komen ook voor in de midden-bronstijd. Daarom kan niet met zekerheid worden bepaald uit welke periode ze stammen.
Afbeelding: typeplattegrond en reconstructie van een boerderij met twee rechte staanderrijen
Afbeelding: een dwarsdoorsnede van een paalkuil met verkleuring van de ondergrond
De eerste duidelijke nederzetting dateert uit de midden-bronstijd, ongeveer 1620–1540 v. Chr. Het terrein werd toen gebruikt als een erf met verschillende boerderijen. Waarschijnlijk bleef het erf bewoond tot ongeveer 1000 v. Chr. Er stonden minstens twee boerderijen. Dit waren grote gebouwen met drie delen en afgeronde korte zijden. Binnenin stonden twee rijen palen die samen de dragende constructie van het gebouw vormden. Mogelijk stonden er ook boerderijen waarvan het dak door vier rijen palen werd gedragen. Andere gebouwen, zoals bijgebouwen, waterputten of hekwerken, werden maar weinig aangetroffen. Waterputten en hekwerken werden zelfs helemaal niet gevonden.
Er werden wel verschillende kuilen gevonden. Die werden waarschijnlijk gebruikt om voedsel of andere materialen onder de grond op te slaan. Sommige kuilen bevatten mogelijk rituele offers. Ook op andere plaatsen in de regio zijn dergelijke rituele kuilen uit de midden-bronstijd gevonden. Na de late bronstijd werd de plaats niet meer bewoond. Er zijn geen sporen van bewoning uit latere perioden gevonden.
Epiloog: De gemeente denkt eraan om samen met POM Limburg en de eigen archeologische deskundige een permanent informatiebord op het terrein te plaatsen met interessante informatie over deze archeologische vondsten.